| |||||
![]() |
SIGNALISATIE
NMBS VOOR DE MODELBOUWER 1.
INLEIDING: Bij de spoorwegen wordt het
verkeer geregeld d.m.v. lichtseinen en snelheidsborden,zowat als op de openbare
weg. Ieder gevaarlijk punt wordt
beveiligd of afgedekt door een lichtsein. Een gevaarlijk punt kan een
wissel,een kruising,een beweegbare brug of een stootblok zijn. Hierna volgt,summier en wat
voor de modelbouwer van belang is,een beschrijving van de betekenis van de
seinbeelden en snelheidsborden bij de NMBS. 2.
PERMISSIEF SEIN: Een spoorlijn van punt A naar
punt B met een aantal Km wordt verdeeld in stukken van +/- 2Km,elk beveiligd
door een sein. Zo’n stuk noemt men een
sectie. Het sein dat zo’n sectie
beveiligt noemt men een permissief sein. De seinbeelden worden bepaald
door een trein die de secties doorloopt. Het mag,onder bepaalde
voorwaarden bij rood seinlicht,overschreden worden.
Een permissief sein wordt
gekenmerkt door een overschrijdingskroon
op de seinmast
Wanneer de bestuurder,bij rood
licht,het sein moet overschrijden, (in geval van storingen aan de seinen)dan
moet hij dit optekenen op bepaalde documenten. Hij moet dan wel het sein
kunnen definiëren. Daarom wordt aan ieder sein
een specifieke naam gegeven. In het getekende voorbeeld
wordt dit A100 , A120 , A140 , …. Op het naambord is onder de
naam een zwarte bol geplaatst.De betekenis hiervan is dat het sein een rood
licht kan geven. De letter A staat voor het “spoor A” van
de spoorlijn,die dus hier punt A met punt B verbindt. Het terugkerend spoor,dat nu
punt B met punt A verbindt,wordt het “spoor
B”genoemd. Het getal “100” is het aantal hectometer dat het sein verwijderd is van het beginpunt van de
spoorlijn. Een grootste station is
meestal het beginpunt. In België rijden de treinen links,een overblijfsel uit Engeland. Wanneer een trein links
rijdt,spreekt men dat hij op
“normaalspoor” rijdt,in vakjargon “VNS”. Rijdt een trein “rechts” dan rijdt hij op “tegenspoor” of in het vakjargon “CVT”. 3.
SAMENSPEL VAN PERMISSIEVE SEINEN: Als er tussen punt A en B geen
enkele trein is,dan staan seinen op groen licht. De bestuurder heeft nu vrije
doorrit.
Wanneer een locomotief voorbij
sein “A100” rijdt dan geeft A100 rood licht.
Trein rijdt verder naar A120.
Als de trein voorbij A120
rijdt,wordt A120 rood en A100 blijft rood tot wanneer de laatste wagen van deze
trein voorbij A100 is gepasseert.
Is de trein volledig uit de
sectie tussen A100 en A120,dan pas geeft het sein A100 twee gele seinlichten.
Rijdt de trein A140
voorbij,dan wordt dit rood en terug blijft A120 rood zolang de volledige trein
de sectie tussen A120 en A140 niet heeft verlaten.
Heeft de trein de sectie
tussen A120 en A140 volledig verlaten,pas dan kleurt A120 tweemaal geel en A100
groen.
Als de trein verder rijdt
(voorbij A160 , A180 , …..),verloopt het samenspel verder zoals hierboven
beschreven. Wanneer een trein tegenspoor
rijdt gebeurt alles op dezelfde manier zaols volgende tekeningen hieronder. De tegenspoorseinen flikkeren
en worden nu voorzien van een bijkomende letter “X” in hun naam.(in ons geval AX140
, AX120 en AX100)
Merk op dat de
normaalspoorseinen nu de ongekeerde kadans zullen volgen als het verkeer op
tegenspoor.
Sectie tussen AX140 en AX120
bezet.
AX120 wordt voorbijgereden.
Sectie tussen AX120 en AX100
bezet
AX100 wordt voorbijgereden.
Sectie tussen AX120 en AX100 vrij
Bij nieuw uitgeruste lijnen
worden de tegenspoorseinen, bij exploitatie in VNS,op rood geplaatst.Pas als
verkeer op CVT nodig is worden ze op groen geplaatst Wanneer een permissief sein
wordt voorafgegaan door een bediend sein dan
kan het volgende seinbeelden weergeven: ·
Geel/groen verticaal Volgend bediend sein staat op
twee maal geel en het daarop volgend staat op rood en de afstand tussen deze
twee seinen is kleiner dan de normale afstand. Volgend bediend sein geeft
toegang naar doodspoor,bezet spoor of legt een rangeerbeweging op.(rood-wit) ·
Geel/groen horizontaal Volgend bediend sein legt een
snelheidsbeperking op van: -
40Km/u als op de mast van het permsisief sein geen snelheidsbeperking te
zien is; -
het aantal tientallen Km/u,aangegeven door een zwart cijfer op een
witte,met de punt naar beneden gerichte driehoek,op de seinmast van het
permissief sein bevestigd; -
wanneer het bediend sein twee verschillende snelheden kan
opleggen,waarvan het verschil niet groter is dan 50Km/u,dan wordt de kleinste
snelheid meegedeeld op de mast van het permissief sein (als de kleinste
snelheid 40Km/u is,wordt geen snelheidsbeperking op de mast aangeduid); -
wanneer het bediend sein twee verschillende snelheden kan
opleggen,waarvan het verschil groter of gelijk is dan 50Km/u,dan wordt de te
verwachten snelheid,aan het bediend sein,weergegeven op het bord”B”,boven het seinbord A van het permissief sein,in gele
kleur.
4.
BEDIENDE SEINEN: Een bediend sein beveiligt
gevaarlijke punten zoals hierboven beschreven. Wel dit nog,een beweegbare
brug wordt altijd beveiligd door twee gekoppelde bediende seinen. De seinbeelden van deze seinen
worden,in functie van een aangelegde reisweg,bepaald door een seingever op een
blokpost. Deze seinen mogen,bij rood
licht,niet overschreden worden. In geval dat zo’n sein te lang
dicht blijft staan,moet de bestuurder inlichtingen kunnen krijgen van de
blokpost dat dit sein bedient. Daarvoor is een bediend sein
voorzien van een telefoon,in een telefoonkast opgesteld en bevestigd aan de
seinmast. Bestuurder en seingever moeten
ook weten over welk sein men spreekt. Terug worden de bediende
seinen genoemd. Ze krijgen de naam van de
blokpost die ze bedient,beginnend met de letter “C”.De letters A en B zijn immers al gebruikt voor de
permissieve seinen. Zo zal blokpost 9 (“Bl 9”) zijn eerste sein “C9” noemen.De volgende seinen noemt
men dan: D9 , E9 , F9 , G9 , ….. ·
Kleuren lichten : rood,en of geel,
en of groen en of wit. ·
Eventueel : kast regimeverandering
(bord “B”) ,kast snelheidsbeperking,
(Bord “C” ) TF-kast. ·
Betekenis van de lichten: Rood : stoppen 2XGeel: volgend sein
staat dicht (rood) Groen : volgend sein staat niet dicht (2xgeel ,
groen/geel of groen) Geel/groen verticaal:Volgend bediend sein staat op
twee maal geel en het daarop volgend staat op rood en de afstand tussen deze
twee seinen is kleiner dan de normale afstand. Volgend bediend sein geeft
toegang naar doodspoor of bezetspoor.(rood-wit) Geel/groen horizontaal:Volgend bediend sein legt een
snelheidsbeperking op van: -
40Km/u als op de mast van het bediend sein geen snelheidsbeperking te
zien is; -
het aantal tientallen Km/u,aangegeven door een zwart cijfer op een
witte,met de punt naar beneden gerichte driehoek,op de seinmast van het
permissief sein bevestigd; -
wanneer het bediend sein twee verschillende snelheden kan
opleggen,waarvan het verschil niet groter is dan 50Km/u,dan wordt de kleinste
snelheid meegedeeld op de mast van het bediend sein; -
wanneer het volgend bediend sein twee verschillende snelheden kan
opleggen,waarvan het verschil groter of gelijk is dan 50Km/u,dan wordt de te
verwachten snelheid,aan het bediend sein,weergegeven op het bord”B”,boven het seinbord A van het sein,in gele kleur. Rood/wit: sein geeft toegang : tot een
doodspoor; tot een bezet spoor;(bv in een
station) laat een rangeerbeweging toe. ·
Het bord “B”: Het bord B geeft ofwel: -
een regimeverandering aan; (van VNS
naar CVT of omgkeerd) -
toegang naar doodspoor; ( een witte “U”) -
gele lichtsnelheidsbeperkingen op voor het volgend bediend sein ·
Het bord “C”: Het bord C geeft het aantal
tientallen Km/u aan dat mag gereden worden aan het begin van het volgend
gevaarlijk punt,afwaarts gelegen van dit sein. Dit cijfer licht dan op in wit
licht. Het bord C kan meerdere
lichtcijfers,indien verschillende snelheidsbeperkingen nodig zijn, weergeven.
5.
VERWITTIGINGSSEIN: Niet alle spoorlijnen zijn
uitgerust en verdeeld in secties. Een gevaarlijk punt op zo’n
lijn wordt natuurlijk ook afgedekt door een bediend sein,maar omdat op deze
lijn geen permissieve seinen staan moet het bediend sein vooraf gegaan worden
door een verwittigingssein . De bestuurder moet vooraf te
weten komen welk seinbeeld het bediend sein zal weergeven. Hiervoor zorgt nu het verwittigingssein . Het is van hetzelfde type als
een permissief sein maar zonder rood
licht. De betekenis van de
seinbeelden is hetzelfde als bij een permissief sein. Het heeft dezelfde naam,nu wel
in kleine letters, als zijn bediend sein
wat het vooraf gaat. Het naambordje is nu rond en
geel.
6.
MISTBAKENS: Geven de nadering aan van
seinen en is een hulpmiddel voor de bestuurder bij slechte weersomstandigheden. De
zwarte bol duidt aan dat het te verwachten sein een rood licht kan geven. Twee
strepen: 100m verwijderd van het sein; Vijf
strepen: 250m verwijderd van het sein.
De mistbakens voor een
verwittigingssein zijn dezelfde als deze voor een permissief sein,alleen heeft
de mistbaken met twee strepen geen
zwarte bol. (dit sein
heeft immers geen rood licht!)
7.
REFERTESNELHEID VAN EEN LIJN: De maximale snelheid van een
lijn wordt weergegeven door een groene gelijkzijdige,met de punt naar boven
gerichte driehoek. Het witte cijfer in deze driekoek bepaalt de maximum toegelaten snelheid,in tientallen
Km/u,op deze lijn. Hij wordt in het begin van de lijn geplaatst.
8.
VASTE SNELHEIDSBEPERKING: Wanneer een trein snelheid
moet minderen (bij bochtige trajecten,passeren stations,…) wordt dit aangegeven
door een gele gelijkzijdige,met de punt naar beneden gerichte driehoek. Het zwart cijfer in deze driehoek bepaalt het aantal tientallen Km/u dat zal mogen gereden worden aan het oorsprongsbord,een paar honderd
meter verder,opwaarts geplaatst.De trein moet immers de tijd krijgen om tot
deze snelheid te kunnen afremmen.
9.
OORSPRONGSBORD: Het oorsprongsbord is een wit rechthoekig bord waarop een zwart cijfer,zwart omcirkeld,de
snelheid aangeeft,in tientallen Km/u,die
mag gereden worden vanaf dit punt. Soms,wanneer verschillende oorsprongen samenvallen,wordt in de
zwarte cirkel het cijfer weggelaten.
10.
VOORLOPIGE SNELHEISVERHOGING: Als een trein,na een
gevaarlijk punt voorbijgereden te zijn,zijn snelheid mag verhogen maar nog niet
tot de refertesnelheid van de lijn (bv er volgt nog een bocht),dan wordt dit
weergeven door een gele,groen omrande gelijkzijdige driehoek met de punt naar
beneden gericht. Het zwarte cijfer in deze
driehoek bepaalt,terug in tientallen Km/u,de snelheid die vanaf dit punt mag
gereden worden. Na deze snelheidsverhoging
volgt nog de groene driehoek met de refertesnelheid van de lijn.
11.
ENKELE VOORBEELDEN:
© Staf De Meester |